Categorie archief: Opinie

De menselijke maat

In de herfst dwarrelen bladeren neer, in de lente vallen harde cijfers en grote woorden. Het is het seizoen van de jaarverslagen van markttoezichthouders, waarin wij reppen van onaanvaardbare risico’s, van ernstige problemen, van stevige maatregelen, van hoge boetes, van meetbare effecten. Daarbij zouden we bijna vergeten: toezicht is mensenwerk.

In het onlangs verschenen jaarverslag van de Autoriteit Financiële Markten is te lezen welke problemen we in 2012 hebben gezien. We verantwoorden ons over de activiteiten die we hebben ontplooid. We analyseren ook welke veranderingen de sector moet bewerkstelligen.

In onze contreien is de menselijke maat niet altijd direct zichtbaar. We zijn missiegedreven. Het gaat ons om niet minder dan het bevorderen van eerlijke en transparante financiële markten. Uiteindelijk staan het vertrouwen in de financiële sector en de welvaart van Nederland op het spel.

Mensen

En toch, toezicht is mensenwerk, in verschillende opzichten. Het zijn mensen die recht hebben op eerlijke producten en diensten. En het zijn mensen die bij financiële ondernemingen werken. En het zijn mensen – jawel! – die bij de AFM werken om toezicht te houden.

Dit mogen we als toezichthouders niet uit het oog verliezen wanneer we een telefoontje krijgen van een teleurgestelde klant. We moeten het ook beseffen als we een maatregel nemen tegen een financiële onderneming, zeker als we daarmee de publiciteit zoeken. We weten immers dat onze activiteiten een grote impact kunnen hebben op mensen, ook op familieleden.

Mensen verdienen het niet alleen dat wij ons inzetten om onze missie te volbrengen, maar ook dat wij een menselijke benadering kiezen. Mensen hebben ook behoefte aan direct contact. Ons Ondernemersloket ontving in 2012 bijna 30.000 telefoontjes en ruim 7.000 e-mails. Bijna 12.000 consumenten wisten het Meldpunt Financiële Markten te vinden.

Mogelijkheden

Social media bieden nieuwe mogelijkheden. We zijn als AFM en als AFM’ers aan te spreken. En we communiceren terug. Wie ons op Twitter een vraag stelt, krijgt een antwoord. Als iemand op LinkedIn een discussie met ons start, pakken we de handschoen op. Meer en meer willen we in gesprek zijn, ook buiten de social media.

We laten ons van onze menselijke kant zien. Dan kan het zijn dat we het antwoord op een vraag niet weten. Of dat voortschrijdend inzicht ons tot een nieuw standpunt brengt. We kunnen nieuwe fora niet alleen gebruiken om antwoorden te geven maar juist ook om vragen op te werpen. En we leren ervan, elke dag weer.

Juist in de financiële wereld is de menselijke maat van belang. We hebben de ambitie om problemen op te lossen. Dat lukt alleen als de mensen binnen de AFM werkelijk contact hebben met de mensen buiten de AFM. De M van AFM zou dan ook niet alleen moeten staan voor Markten maar ook voor Mensen.

Paul van Dijk

Deze blog is op 10 april 2013 geplaatst op de website van de Autoriteit Financiële Markten.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Opinie

Markttoezicht als melkkoe

De voorzitter van de raad van bestuur van de NMa, Chris Fonteijn, heeft iets te bespreken met de nieuwe minister van Economische Zaken en de Tweede Kamer. Is het de bedoeling dat hij onafhankelijk toezicht gaat houden? Of is zijn missie alleen geslaagd als hij per jaar € 125 mln structureel in de schatkist laat vloeien door boetes op te leggen?

De boetes marktwerking worden verhoogd omdat de NMa meer kartelboetes gaat opleggen, staat in het regeerakkoord van VVD en PvdA. De ontvangsten worden geraamd op € 75 mln, in 2014 oplopend naar € 125 mln structureel. Minister Kamp mag dit beleid gaan verdedigen.

Markttoezicht als melkkoe, het is niet geheel nieuw. In het regeerakkoord van 2007, van het kabinet-Balkenende 4, werden hiermee al gaten in de begroting gedicht. Toen stond er dat het boetebeleid (van onder andere NMa en Opta) ‘naar high trust’ moest. Structureel moest dit vanaf 2011 € 100 mln opleveren.

De boetes van de NMa fluctueren nogal maar komen gemiddeld lang niet uit op het totaalbedrag dat het kabinet voor ogen lijkt te hebben.

In 2009 werd € 4,5 mln opgelegd, in 2010 € 137,1 mln en in 2011 € 39,7 mln. Dit jaar staat de teller tot nu toe op een kleine € 42 mln aan boetes, opgelegd aan kwekers van paprika’s en zilveruien en een aantal industriële wasserijen.

Daarbij kan nog opgemerkt worden dat de ondernemingen die een boete opgelegd krijgen normaliter in bezwaar en beroep gaan, en dat dit kan leiden tot aanzienlijk lagere bedragen.

De taakstelling kan bedoeld zijn om verwachte inkomsten in te boeken, maar kan gemakkelijk verward worden met een opdracht aan de toezichthouder. In elk geval zijn er vragen te stellen.

Hoe onafhankelijk is de toezichthouder nog als de politiek de toezichthouder tot taak stelt een structureel hoger bedrag aan boetes binnen te halen dan nu het geval is?

Wat is eigenlijk de bedoeling: hogere boetes of meer boetes? En wat als er, mede door effectief toezicht, niet genoeg kartels meer zijn, of als de NMa vooral kleinere kartels vindt, die niet optellen tot de verlangde opbrengst voor de schatkist? Gelden sancties voor procedurele inbreuken voor het kabinet ook als kartelboetes ook al hoeft de NMa daar geen kartels voor te vinden en te bestraffen?

Ondertussen doet voorzitter Fonteijn zijn best om uit te leggen dat het hem niet om boetes te doen is. ‘We onderzoeken dus niet primair wat de mogelijke mededingingsovertreding is, maar wat de aard van het marktprobleem is’, zei hij onlangs in een speech. Een boete is in die benadering slechts één van de instrumenten in de gereedschapskist. De toezichthouder wil niet zozeer gericht zijn op output als wel op outcome. Zo rekende de NMa eerder dit jaar uit dat zij € 36 per huishouden had verdiend.

Het regeerakkoord lijkt toch iets anders van Fonteijn te willen; niet marktproblemen oplossen maar kartels financieel bestraffen. Los van de vraag of de oplossingsgerichte aanpak van Fon­teijn een goed idee is, laat dit devies de spanning zien tussen de taakstelling van het nieuwe kabinet en de vrijheid van de toezichthouder om zijn taak in te vullen, op een manier die hij het meest effectief acht voor de uitvoering van zijn opdracht.

Fonteijn deed zijn uitspraken als beoogd voorzitter van de Autoriteit Consument en Markt, die per 1 januari moet ontstaan door de fusie van de NMa met Opta en de Consumentenautoriteit. Tenminste, als de Eerste Kamer daarmee instemt.

Deze ACM staat dus al voor een uitdaging voordat zij aan haar werkzaamheden is begonnen. Wordt de nieuwe toezichthouder als een politieagent die uit arren moede boetes gaat opleggen omdat het quotum van Kamp gehaald moet worden? Of wordt de ACM de wijze agent, die een zinvolle en effectieve bijdrage levert aan de handhaving van normen die belangrijk zijn voor concurrentie, bedrijven en consumenten?

De ACM doet er goed aan de taakstelling uit het regeerakkoord niet te zien als een opdracht. De beoogde opdrachtgever doet er goed aan zijn beleid nog eens tegen het licht te houden.

Beter een brug slaan tussen beleid en toezicht dan een bres slaan in de onafhankelijkheid van het markttoezicht.

Paul van Dijk
Matthijs Visser

Paul van Dijk en Matthijs Visser zijn werkzaam bij AFM respectievelijk RBB Economics. Zij schrijven dit artikel op persoonlijke titel.

(Dit artikel verscheen in het Financieele Dagblad van 5 november 2012. Zie hier.)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht, Opinie

Management van verwachtingen? Verwachtingen van management!

In kringen van toezicht wint “management van verwachtingen” aan populariteit. Dat klinkt goed, maar het kan beter.

De redenering begint veelal bij de verzuchting dat mensen geen reëel beeld hebben van de rol van toezichthouders, van wat zij wel en niet kunnen. Daarbij luidt de stelling vaak dat mensen nauwelijks – en steeds minder – bereid zijn om zelf risico’s te lopen. Dat zij zelf geen verantwoordelijkheid wensen te nemen. En dat zij, als er iets mis gaat, wijzen naar anderen. Erger nog, dat dan de toezichthouder het heeft gedaan!

Dit kan natuurlijk zo niet doorgaan. Gelukkig hebben we “management van verwachtingen”.  Een toezichthouder die verwachtingen weet te managen, kan later niet het verwijt krijgen dat ze niet zijn waargemaakt! Een ware vondst voor overheden die hun burgers willen vertellen dat ze niet teveel moeten verwachten.

Maar er zijn meer V’s dan de V van Verwachting. Er is ook een Verantwoordelijkheid te nemen. En er is Verantwoording af te leggen.

Ten onrechte ligt de nadruk steevast op het beperken of veranderen van externe verwachtingen. Terwijl het niet zozeer gaat om zenden, maar veel meer om ontvangen. Management van verwachtingen veronderstelt kennis van verwachtingen, dus actief luisteren naar de buitenwereld.

Die buitenwereld moet beslissingen van de binnenwereld kunnen  beïnvloeden. Andere verwachtingen kunnen gerechtvaardigde verwachtingen zijn.  Die dienen dan ook te leiden tot ander toezicht. Anders blijft het bij een communicatiefoefje.

Echt management van verwachtingen is dus ook management van toezicht. Toezichthouders horen geen verkeerde verwachtingen te wekken. Maar belangrijker nog is dat zij terechte verwachtingen waarmaken.

Paul van Dijk

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht, Opinie