Tagarchief: mededinging

ACM werkt aan digitaal loket voor anonieme informanten

De Autoriteit Consument en Markt wil mogelijk maken dat informatie over kartels volledig anoniem en digitaal kan worden aangeleverd. Als het bestuur van de ACM daarmee akkoord gaat, komt er in 2015 een dropbox voor bewijsmateriaal over concurrentiebeperkende afspraken.

BGv-HpLCQAEjhTH.jpg-largeDe ACM mikt op een voorziening voor melders die volledig anoniem een digitaal dossier bij de toezichthouder willen neerleggen. Op dit moment garandeert de ACM geheimhouding “tot de rechter”. Het loket “ACM Anoniem” moet volledige anonimiteit van de informant garanderen.

De ACM presenteerde de plannen in een presentatie bij de Vereniging voor Mededingingsrecht. Uit de voorlopige uitkomsten van een haalbaarheidsonderzoek blijkt volgens de toezichthouder dat “juridische en technische hobbels” genomen kunnen worden. Tot de voorlopige uitgangspunten voor “ACM Anoniem” behoort dat het systeem voldoende bestand moet zijn tegen hackers.

Screening

De ACM wil de detectie van verboden afspraken ook versterken door gebruik te maken criminologische indicatoren. Uit onderzoek blijkt het risico op kartelvorming groter is bij bedrijven die eerder betrokken waren bij organisatiecriminaliteit. Dat geldt ook voor personen die zich schuldig maakten aan witteboordencriminaliteit. Volgens de ACM kan criminologisch onderzoek een goede aanvulling vormen op economisch onderzoek.

De presentatie over innovatie van detectie is te downloaden via de website van de Vereniging voor Mededingingsrecht.

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht

Markttoezicht als melkkoe

De voorzitter van de raad van bestuur van de NMa, Chris Fonteijn, heeft iets te bespreken met de nieuwe minister van Economische Zaken en de Tweede Kamer. Is het de bedoeling dat hij onafhankelijk toezicht gaat houden? Of is zijn missie alleen geslaagd als hij per jaar € 125 mln structureel in de schatkist laat vloeien door boetes op te leggen?

De boetes marktwerking worden verhoogd omdat de NMa meer kartelboetes gaat opleggen, staat in het regeerakkoord van VVD en PvdA. De ontvangsten worden geraamd op € 75 mln, in 2014 oplopend naar € 125 mln structureel. Minister Kamp mag dit beleid gaan verdedigen.

Markttoezicht als melkkoe, het is niet geheel nieuw. In het regeerakkoord van 2007, van het kabinet-Balkenende 4, werden hiermee al gaten in de begroting gedicht. Toen stond er dat het boetebeleid (van onder andere NMa en Opta) ‘naar high trust’ moest. Structureel moest dit vanaf 2011 € 100 mln opleveren.

De boetes van de NMa fluctueren nogal maar komen gemiddeld lang niet uit op het totaalbedrag dat het kabinet voor ogen lijkt te hebben.

In 2009 werd € 4,5 mln opgelegd, in 2010 € 137,1 mln en in 2011 € 39,7 mln. Dit jaar staat de teller tot nu toe op een kleine € 42 mln aan boetes, opgelegd aan kwekers van paprika’s en zilveruien en een aantal industriële wasserijen.

Daarbij kan nog opgemerkt worden dat de ondernemingen die een boete opgelegd krijgen normaliter in bezwaar en beroep gaan, en dat dit kan leiden tot aanzienlijk lagere bedragen.

De taakstelling kan bedoeld zijn om verwachte inkomsten in te boeken, maar kan gemakkelijk verward worden met een opdracht aan de toezichthouder. In elk geval zijn er vragen te stellen.

Hoe onafhankelijk is de toezichthouder nog als de politiek de toezichthouder tot taak stelt een structureel hoger bedrag aan boetes binnen te halen dan nu het geval is?

Wat is eigenlijk de bedoeling: hogere boetes of meer boetes? En wat als er, mede door effectief toezicht, niet genoeg kartels meer zijn, of als de NMa vooral kleinere kartels vindt, die niet optellen tot de verlangde opbrengst voor de schatkist? Gelden sancties voor procedurele inbreuken voor het kabinet ook als kartelboetes ook al hoeft de NMa daar geen kartels voor te vinden en te bestraffen?

Ondertussen doet voorzitter Fonteijn zijn best om uit te leggen dat het hem niet om boetes te doen is. ‘We onderzoeken dus niet primair wat de mogelijke mededingingsovertreding is, maar wat de aard van het marktprobleem is’, zei hij onlangs in een speech. Een boete is in die benadering slechts één van de instrumenten in de gereedschapskist. De toezichthouder wil niet zozeer gericht zijn op output als wel op outcome. Zo rekende de NMa eerder dit jaar uit dat zij € 36 per huishouden had verdiend.

Het regeerakkoord lijkt toch iets anders van Fonteijn te willen; niet marktproblemen oplossen maar kartels financieel bestraffen. Los van de vraag of de oplossingsgerichte aanpak van Fon­teijn een goed idee is, laat dit devies de spanning zien tussen de taakstelling van het nieuwe kabinet en de vrijheid van de toezichthouder om zijn taak in te vullen, op een manier die hij het meest effectief acht voor de uitvoering van zijn opdracht.

Fonteijn deed zijn uitspraken als beoogd voorzitter van de Autoriteit Consument en Markt, die per 1 januari moet ontstaan door de fusie van de NMa met Opta en de Consumentenautoriteit. Tenminste, als de Eerste Kamer daarmee instemt.

Deze ACM staat dus al voor een uitdaging voordat zij aan haar werkzaamheden is begonnen. Wordt de nieuwe toezichthouder als een politieagent die uit arren moede boetes gaat opleggen omdat het quotum van Kamp gehaald moet worden? Of wordt de ACM de wijze agent, die een zinvolle en effectieve bijdrage levert aan de handhaving van normen die belangrijk zijn voor concurrentie, bedrijven en consumenten?

De ACM doet er goed aan de taakstelling uit het regeerakkoord niet te zien als een opdracht. De beoogde opdrachtgever doet er goed aan zijn beleid nog eens tegen het licht te houden.

Beter een brug slaan tussen beleid en toezicht dan een bres slaan in de onafhankelijkheid van het markttoezicht.

Paul van Dijk
Matthijs Visser

Paul van Dijk en Matthijs Visser zijn werkzaam bij AFM respectievelijk RBB Economics. Zij schrijven dit artikel op persoonlijke titel.

(Dit artikel verscheen in het Financieele Dagblad van 5 november 2012. Zie hier.)

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht, Opinie

Wet Markt en Overheid in werking getreden

Op 1 juli 2012 is de zogenaamde Wet Markt en Overheid in werking getreden. De wet bevat gedragsregels tegen concurrentievervalsing door overheden.

De inwerkingtreding volgt ruim 15 jaar nadat de werkgroep-Cohen een rapport over “Markt en overheid” uitbracht. In maart 2011 stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel.

De wet wijzigt de Mededingingswet en bevat een aantal tijdelijke uitzonderingen.

In juni is het Besluit markt en overheid vastgesteld. Ook gelden vanaf 1 juli1 Aanwijzingen voor de rijksdienst over de  toepassing van de uitzondering voor economische activiteiten of het bevoordelen van een overheidsbedrijf in het algemeen belang.

Lees meer over de voorgeschiedenis via deze link.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht

Britse NMa heeft “afschrikratio” van 12 tot 40

Tegenover elke interventie door de mededingingsautoriteit staat een afschrikwekkend effect op 40 mogelijke overtredingen. Dit blijkt uit onderzoek dat de Britse Office of Fair Trading (OFT) heeft gepubliceerd.

De mededingingsautoriteit liet de “deterrence ratios” van het mededingingsregime onderzoeken om te kunnen begrijpen wat naleving bevordert en wat overtreding afschrikt.

De schattingen van het afschrikwekkend effect van het mededingingsregime zijn (telkens tegenover 1 afgeronde zaak):

  • Op het gebied van misbruik van economische machtsposities: 12 mogelijke inbreuken
  • Op het gebied van kartels:  28 mogelijke inbreuken
  • Op het gebied van commerciele overeenkomsten: 40 mogelijk overtredingen

Volgens het onderzoek vrezen bedrijven vooral reputatieschade en strafrechtelijke sancties. Juridische adviseurs leggen juist het meeste nadruk op deze financiële sancties.

Gebreken in de naleving zijn volgens de bedrijven vooral te wijten aan een gebrek aan kennis van het mededingingsrecht. In waarin de OFT eerder optrad blijkt men zich meer bewust te zijn van de verschillende aspecten van de regels.

Lees hier het persbericht en het rapport.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht

Danken we het kartelverbod aan staatssecretaris Bolkestein?

Frits Bolkestein suggereert dat hij als staatssecretaris in de tachtiger jaren het kartelverbod introduceerde in Nederland. “Ik heb de voorkeur gegeven aan het ook door Brussel voorgestane verbodstelsel: kartels waren verboden. Ons beleid werd dienovereenkomstig bijgesteld.“ Hoe zat het ook weer met het mededingingsbeleid?

In zijn bijdrage aan de discussie over de vrije markt schrijft Frits Bolkestein ook over de noodzaak van een “strikt mededingingsbeleid” (NRC Handelsblad, 22 november 2011):

“In de tijd dat ik staatssecretaris van Economische Zaken was, behoorde dit beleid tot mijn verantwoordelijkheden. Tot dan werd het beleid gekenschetst als een misbruikstelsel; samenwerking tussen ondernemingen in de vorm van kartels mocht, mits er geen misbruik van werd gemaakt. Ik heb de voorkeur gegeven aan het ook door Brussel voorgestane verbodstelsel: kartels waren verboden. Ons beleid werd dienovereenkomstig bijgesteld.  Het kwam zo meer overeen met wat in de Verenigde Staten in zwang was.

Interessant is nog de volgende kanttekening. Ik moest het wetsontwerp ‘Openbaarheid van het kartelregister’ verdedigen. Met enige moeite wist ik het door de Tweede Kamer te slepen. Maar in de Eerste Kamer leed het wetsontwerp schipbreuk, door de tegenstem van CDA en VVD. De linkse partijen waren voor, maar hadden onvoldoende stemmen. De middenstand, die altijd nogal voor toedekken was, had vooral in het CDA veel invloed.”

Staatssecretaris Bolkestein 1982-1986

Frits Bolkestein was staatssecretaris van Economische Zaken van 1982 tot 1986. De wet op zijn beleidsterrein was de Wet economische mededinging. Inderdaad, die bevatte een misbruikstelsel.  En inderdaad, “samenwerking tussen ondernemingen in de vorm van kartels mocht, mits er geen misbruik van werd gemaakt”.

In de ambtsperiode van Bolkestein is het stelsel van de Wet economische mededinging niet veranderd. Sterker nog, op 26 juli 1986 schreef de staatssecretaris aan de Tweede Kamer:

“dat het huidig instrumentarium van de wet, aangevuld met een openbaar kartelregister, voldoende mogelijkheid biedt voor het voeren van een adequaat mededingingsbeleid. Dit betekent met name, dat het kabinet afziet van het indienen van specifieke wetgeving voor de toetsing van horizontale mededingingsregelingen.”

Bolkestein wilde een openbaar kartelregister. Maar dat voorstel sneuvelde – zoals hij nu ook zelf schrijft – in de Eerste Kamer.

De staatssecretaris wilde ook regels tegen verticale prijsbinding, afspraken tussen leveranciers en hun afnemers. In 1986 zei hij over een voorstel, dat pas na zijn bewind kracht van wet zou krijgen:

“In de Wet economische mededinging zelf dient een verbod, zonder tijdslimiet, voor de collectieve vormen van verticale prijsbinding te worden opgenomen.”

Wie de Kamerstukken met de Bolkestein van toen bekijkt, ziet een staatssecretaris die inderdaad opkomt voor concurrentie, maar ook voor de beperking daarvan. Hij blijft bij handhaving van het wettelijk misbruiksysteem, zij met enkele aanpassingen. En hij weet, samen met minister Brinkman, de vaste boekenprijs aard- en nagelvast te verankeren, voor tenminste 15 jaar.

Na Bolkestein

Na Bolkestein bleek er voor het mededingingsbeleid nog volop ruimte voor ontwikkeling te bestaan!

In het Nederlandse kartelregister van 1991 stonden 259 prijsregelingen, 236 marktverdelingsregelingen, 59 quoteringsregelingen en 198 samenwerkingsregelingen. In dat jaar kondigde staatssecretaris Van Rooy (CDA) een “intensivering”  van het beleid aan, die onder meer zou leiden tot drie generieke verbodsmaatregelen.

Later brak het inzicht door dat het misbruiksysteem vervangen moest worden door een verbodstelsel, in lijn met de Europese regels. In 1994 legde Van Rooy een concept-wetsvoorstel voor advies voor aan de Sociaal-Economische Raad.

Het was minister Wijers (D66) die het wetsvoorstel op 1 mei 1996 indiende bij de Tweede Kamer. Het voorstel is in 1997 aangenomen en de Mededingingswet is op 1 januari 1998 in werking getreden.

Dus…

Bolkestein suggereert een omslag die met openbare bronnen niet is te onderbouwen. Strikt genomen zegt Bolkestein niet dat hij de wet veranderde, wel dat het beleid werd aangepast. Als staatssecretaris hield Bolkestein juist vast aan het oude misbruiksysteem, met enkele aanpassingen. De wettelijke omslag naar verbodstelsel vond pas later plaats, ver na zijn bewind.

Frits Bolkestein had zijn artikel op dit punt dus wel wat preciezer mogen formuleren. Reviaans geformuleerd: voortschrijdend inzicht is een deugd, zolang die niet ontaardt in het pronken met andermans veren.

Paul van Dijk

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht