Tagarchief: NMa

Markttoezicht als melkkoe

De voorzitter van de raad van bestuur van de NMa, Chris Fonteijn, heeft iets te bespreken met de nieuwe minister van Economische Zaken en de Tweede Kamer. Is het de bedoeling dat hij onafhankelijk toezicht gaat houden? Of is zijn missie alleen geslaagd als hij per jaar € 125 mln structureel in de schatkist laat vloeien door boetes op te leggen?

De boetes marktwerking worden verhoogd omdat de NMa meer kartelboetes gaat opleggen, staat in het regeerakkoord van VVD en PvdA. De ontvangsten worden geraamd op € 75 mln, in 2014 oplopend naar € 125 mln structureel. Minister Kamp mag dit beleid gaan verdedigen.

Markttoezicht als melkkoe, het is niet geheel nieuw. In het regeerakkoord van 2007, van het kabinet-Balkenende 4, werden hiermee al gaten in de begroting gedicht. Toen stond er dat het boetebeleid (van onder andere NMa en Opta) ‘naar high trust’ moest. Structureel moest dit vanaf 2011 € 100 mln opleveren.

De boetes van de NMa fluctueren nogal maar komen gemiddeld lang niet uit op het totaalbedrag dat het kabinet voor ogen lijkt te hebben.

In 2009 werd € 4,5 mln opgelegd, in 2010 € 137,1 mln en in 2011 € 39,7 mln. Dit jaar staat de teller tot nu toe op een kleine € 42 mln aan boetes, opgelegd aan kwekers van paprika’s en zilveruien en een aantal industriële wasserijen.

Daarbij kan nog opgemerkt worden dat de ondernemingen die een boete opgelegd krijgen normaliter in bezwaar en beroep gaan, en dat dit kan leiden tot aanzienlijk lagere bedragen.

De taakstelling kan bedoeld zijn om verwachte inkomsten in te boeken, maar kan gemakkelijk verward worden met een opdracht aan de toezichthouder. In elk geval zijn er vragen te stellen.

Hoe onafhankelijk is de toezichthouder nog als de politiek de toezichthouder tot taak stelt een structureel hoger bedrag aan boetes binnen te halen dan nu het geval is?

Wat is eigenlijk de bedoeling: hogere boetes of meer boetes? En wat als er, mede door effectief toezicht, niet genoeg kartels meer zijn, of als de NMa vooral kleinere kartels vindt, die niet optellen tot de verlangde opbrengst voor de schatkist? Gelden sancties voor procedurele inbreuken voor het kabinet ook als kartelboetes ook al hoeft de NMa daar geen kartels voor te vinden en te bestraffen?

Ondertussen doet voorzitter Fonteijn zijn best om uit te leggen dat het hem niet om boetes te doen is. ‘We onderzoeken dus niet primair wat de mogelijke mededingingsovertreding is, maar wat de aard van het marktprobleem is’, zei hij onlangs in een speech. Een boete is in die benadering slechts één van de instrumenten in de gereedschapskist. De toezichthouder wil niet zozeer gericht zijn op output als wel op outcome. Zo rekende de NMa eerder dit jaar uit dat zij € 36 per huishouden had verdiend.

Het regeerakkoord lijkt toch iets anders van Fonteijn te willen; niet marktproblemen oplossen maar kartels financieel bestraffen. Los van de vraag of de oplossingsgerichte aanpak van Fon­teijn een goed idee is, laat dit devies de spanning zien tussen de taakstelling van het nieuwe kabinet en de vrijheid van de toezichthouder om zijn taak in te vullen, op een manier die hij het meest effectief acht voor de uitvoering van zijn opdracht.

Fonteijn deed zijn uitspraken als beoogd voorzitter van de Autoriteit Consument en Markt, die per 1 januari moet ontstaan door de fusie van de NMa met Opta en de Consumentenautoriteit. Tenminste, als de Eerste Kamer daarmee instemt.

Deze ACM staat dus al voor een uitdaging voordat zij aan haar werkzaamheden is begonnen. Wordt de nieuwe toezichthouder als een politieagent die uit arren moede boetes gaat opleggen omdat het quotum van Kamp gehaald moet worden? Of wordt de ACM de wijze agent, die een zinvolle en effectieve bijdrage levert aan de handhaving van normen die belangrijk zijn voor concurrentie, bedrijven en consumenten?

De ACM doet er goed aan de taakstelling uit het regeerakkoord niet te zien als een opdracht. De beoogde opdrachtgever doet er goed aan zijn beleid nog eens tegen het licht te houden.

Beter een brug slaan tussen beleid en toezicht dan een bres slaan in de onafhankelijkheid van het markttoezicht.

Paul van Dijk
Matthijs Visser

Paul van Dijk en Matthijs Visser zijn werkzaam bij AFM respectievelijk RBB Economics. Zij schrijven dit artikel op persoonlijke titel.

(Dit artikel verscheen in het Financieele Dagblad van 5 november 2012. Zie hier.)

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht, Opinie

Wet Markt en Overheid in werking getreden

Op 1 juli 2012 is de zogenaamde Wet Markt en Overheid in werking getreden. De wet bevat gedragsregels tegen concurrentievervalsing door overheden.

De inwerkingtreding volgt ruim 15 jaar nadat de werkgroep-Cohen een rapport over “Markt en overheid” uitbracht. In maart 2011 stemde de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel.

De wet wijzigt de Mededingingswet en bevat een aantal tijdelijke uitzonderingen.

In juni is het Besluit markt en overheid vastgesteld. Ook gelden vanaf 1 juli1 Aanwijzingen voor de rijksdienst over de  toepassing van de uitzondering voor economische activiteiten of het bevoordelen van een overheidsbedrijf in het algemeen belang.

Lees meer over de voorgeschiedenis via deze link.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht

Regels tegen concurrentievervalsing door overheid

De Eerste Kamer heeft op 22 maart 2011 ingestemd met nieuwe regels om concurrentievervalsing door overheden te voorkomen. Er komen nieuwe bepalingen in de Mededingingswet, die worden uitgevoerd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa).

Het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie meldt in een persbericht dat hiermee een eind komt aan de oneerlijke concurrentie met het bedrijfsleven. 

VNO-NCW en MKB-Nederland reageerden blij. Het wetsvoorstel “is weliswaar afgezwakt door de Tweede Kamer, die gemeenten de vrijheid geeft om ‘activiteiten van algemeen belang’ buiten de wet te laten vallen, maar de wet biedt het bedrijfsleven in elk geval de mogelijkheid om zich te verzetten tegen oneerlijke concurrentie door de overheid.”

“Gemeenten moeten winst gaan maken”, concludeerde de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG)  in een persbericht . “Gemeenten doen er goed aan hun prijsbeleid, voor zover dat nog niet op orde is, in overstemming met deze nieuwe wet te brengen. Daarbij valt te denken aan het prijsbeleid voor begraafplaatsen, parkeergarages, ophalen bedrijfsafval, verhuur ruimten aan ondernemingen, kopieermachine bij de publieksbalie en kaartverkoop gemeentelijke musea.”

Voorgeschiedenis

De nieuwe wet heeft een lange voorgeschiedenis. Het wetsvoorstel werd in 2007 door de Tweede Kamer aangenomen.

Tien jaar eerder pleitte de commissie-Cohen voor regels om te voorkomen dat overheden oneerlijk concurreren met private ondernemingen. Dit gebeurde in het kader van de operatie Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW).Het toenmalige kabinetsstandpunt noemde het rapport “een goed beoordelingskader”, maar wees ook op de verschillen tussen overheden en activiteiten.

Sindsdien zijn pogingen ondernomen om tot generieke wetgeving te komen, maar het Staatsblad werd niet bereikt. In 2004 werd een ingediend wetsvoorstel ingetrokken bij een “heroverweging“. In specifieke wetten zijn eerder wel voorzieningen opgenomen.

Eerste Kamer

Het wetsvoorstel is in de Eerste Kamer met algemene stemmen aangenomen. In de Tweede Kamer stemde de VVD “met overtuiging tegen deze uitgeklede wet”.

De inwerkingtreding van de nieuwe algemene regels wordt bij koninklijk besluit vastgesteld. Lees meer op de website van de Eerste Kamer.

Gedragsregels

In het MDW-project is gesproken over een verbod voor overheden om bepaalde “marktactiviteiten”  te verrichten. De werkgroep-Cohen vond dat marktactiviteiten in beginsel afgescheiden en afgestoten moeten worden.

De nieuwe wet kiest niet voor een verbod op het verrichten van marktactiviteiten maar voor gedragsregels. Deze gedragsregels zijn:

  • verplichting tot doorberekening van alle kosten,
  • verbod op exclusief gegevensgebruik,
  • verbod op functievermenging, en
  • bevoordelingsverbod inzake overheidsbedrijven.

Horizon

 De nieuwe wet wordt na 5 jaar geëvalueerd en kent een zogenaamde horizonbepaling: de geldigheid moet binnen zeven jaar uitdrukkelijk te worden verlengd. Anders vervallen de wettelijke bepalingen. De verlenging vindt plaats bij een algemene maatregel van bestuur. Het ontwerp daarvan wordt tevoren aan het parlement overgelegd om dit in de gelegenheid te stellen hierover een standpunt in te nemen.

1 reactie

Opgeslagen onder markttoezicht