Tagarchief: organisatie

ACM vraagt reacties op voorlopige strategie

De Autoriteit Consument & Markt is een “dialoog” gestart over haar strategie. Tot 1 juni 2013 zijn reacties welkom op de doelstellingen, missie, kernwaarden en visie van de nieuwe toezichthouder. In de consultatie komen ook de toezichtstijl, de organisatie en een aantal thema’s aan de orde.

De ACM startte de consultatie op 11 april 2013 met een persconferentie en de publicatie van de concept-strategie. . In de zomer wordt de definitieve strategie gepubliceerd.

In zijn speech benoemde voorzitter Chris Fonteijn de missie:

De Autoriteit Consument en Markt bevordert kansen en keuzes voor bedrijven en consumenten.

De ACM publiceerde ook een “marktvisie“. “Wij stellen bij ons toezicht de consument centraal”, aldus Chris Fonteijn in een persbericht.

Speerpunten

In 2013 werkt de ACM aan de volgende speerpunten:
– Kansen en keuzes in de woonketen
– Hoge inkoopkosten van geneesmiddelen en hulpmiddelen
– Duurzaamheid en mededinging
– Tegengaan van oneerlijke concurrentie door overheden
– Breedbandinternet voor iedereen
– Versterking van concurrentie in de mobiele telecom
– Meer transparantie voor consumenten
– Bescherming tegen agressieve verkoop
– Een veilig internet
– Eén rekening voor energie
– Verbetering van de werking en integratie van de energiemarkt
– Een betaalbare en betrouwbare energievoorziening

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht

Met ACM start bijzonder model van markttoezicht

Met de start van de Autoriteit Consument en Markt heeft Nederland een bijzonder model van markttoezicht gekregen. Voor het eerst is er in de Europese Unie een toezichthouder aan het werk die taken heeft op het gebied van zowel algemene mededinging als sectoraal markttoezicht en consumentenbescherming.

De Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is op 1 april 2013 in werking getreden.

Minister Kamp van Economische Zaken schreef eerder aan de Eerste Kamer:

“In de EU zijn er geen andere autoriteiten die mededingingstoezicht, sectorspecifiek markttoezicht en consumentenbescherming in hun takenpakket hebben. In Australië en Nieuw-Zeeland is dat overigens wel het geval. Wel heeft een toenemend aantal landen een combinatie van mededingingstoezicht en consumentenbescherming, zoals het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Polen en Ierland. Daarnaast zijn er veel landen, waaronder in elk geval Spanje en Portugal, die voorbereidingen treffen voor of nadenken over meer geconsolideerd toezicht.”

Spanje

In Spanje ligt een wetsvoorstel in het parlement dat moet leiden tot de oprichting van de Comisión Nacional de los Mercados y la Competencia. In deze CNMC wordt algemeen en specifiek markttoezicht gebundeld, maar de nieuwe organisatie krijgt geen taken op het gebied van consumentenbescherming.

Verenigd Koninkrijk

In het Verenigd Koninkrijk komt een Competition and Markets Authority (CMA), een samenvoeging van de mededingingsorganen Office of Fair Trading en Competition Commission. De OFT combineert nu al mededingingstoezicht met consumentenbescherming. In het nieuwe regime blijven daarnaast sectorale toezichthouders actief, met hun eigen specifieke bevoegdheden.

Duitsland

In Duitsland bestaat een Bundesnetzagentur, belast met het toezicht op elektriciteit, gas, telecommunicatie, post en spoor. Deze staat los van de mededingingstoezichthouder, het Bundeskartellamt. Ook is er apart consumententoezicht.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht

Consumententoezicht wordt zelfstandig (5)

Op 1 april 2013 start de Autoriteit Consument en Markt. Daarmee komt een einde aan het bestaan van de markttoezichthouders OPTA, Consumentenautoriteit en NMa, inclusief Energiekamer en Vervoerkamer. De laatste van 5 terugblikken, op de Consumentenautoriteit.

Voor het consumententoezicht betekent de oprichting van de ACM ook dat de minister (of staatssecretaris) geen individuele aanwijzingen meer kan geven. Waar de Consumentenautoriteit een ambtelijke dienst is, wordt de Autoriteit Consument en Markt een zelfstandig bestuursorgaan.

In 2004 blijkt uit een “strategisch actieprogramma” dat het Nederlandse consumententoezicht afwijkt van omringende landen:

“In Nederland ontbreekt, als in één van de weinige Europese landen, publiekrechtelijke handhaving voor een aantal wetten die voortvloeit uit de Europese regelgeving ter bescherming van de collectieve economische belangen van de consument, zoals in de vorige paragraaf aangegeven. (…) Ik zal (…) zorgdragen voor publiekrechtelijke handhaving van regelgeving ter bescherming van de collectieve economische belangen van de consument. Hiertoe zal door mij een toezichthouder worden ingesteld.”

De aanpak:

“Deze toezichthouder zal door middel van een informatieloket consumenten en aanbieders informatie verstrekken over hun rechten en plichten. Tevens verwijst dit loket, als onderdeel van de toezichthouder, consumenten met een geschil door naar de juiste instantie ter afdoening van het verschil. Daarnaast zal deze toezichthouder optreden op basis van inbreuken op het consumentenrecht met een collectief karakter. “

Dienst

De Consumentenautoriteit is, net als de NMa in de eerste jaren, een ambtelijke dienst, een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken. De directeur is formeel de autoriteit die beschikt over eigen wettelijke bevoegdheden. Zij oefent deze taken uit onder ministeriele verantwoordelijkheid.

ConsuWijzer

Samen met OPTA en NMa beheert de Consumentenautoriteit een informatieloket voor consumenten, ConsuWijzer. Minister Henk Kamp schrijft hierover in 2013:

“Ik ben trots dat ConsuWijzer voor het derde jaar op rij door het publiek tot beste overheidswebsite is gekozen. ConsuWijzer licht consumenten voor over hun rechten en plichten en bevordert zoveel mogelijk de zelfredzaamheid van mensen. Ter illustratie: in 2012 werden 460.000 voorbeeldbrieven gedownload die consumenten kunnen gebruiken in hun communicatie met een leverancier. (…) Het aantal bezoeken aan de website bedroeg 2.200.000.”

Pijler

Consumentenbescherming wordt nu, naast het generieke mededingingstoezicht en het sectorspecifieke toezicht, gezien als de derde pijler van het markttoezicht. Minister Henk Kamp zegt bij de oprichting van de ACM over consumentenbescherming:

“Deze is vooral gericht op het bevorderen van eerlijke handel tussen bedrijven en consumenten middels het maken en toepassen van wettelijke bepalingen daarvoor en het versterken van de zelfredzaamheid van consumenten door informatie te verschaffen over hun rechten en plichten.”

Zelfstandig

Het consumententoezicht wordt vanaf 1 april 2013 iondergebracht in een aparte directie onder het bestuur van de nieuwe Autoriteit Consument en Markt. De directie staat onder leiding van Bernadette van Buchem, voorheen (directeur van de) Consumentenautoriteit.

20130331-223556.jpg

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht

Het “gevarieerde beeld” van de Vervoerkamer (4)

Op 1 april 2013 start de Autoriteit Consument en Markt. Daarmee komt een einde aan het bestaan van de markttoezichthouders OPTA, Consumentenautoriteit en NMa, inclusief Energiekamer en Vervoerkamer. De vierde terugblik, op de Vervoerkamer.

De Vervoerkamer van de NMa is aanvankelijk vooral de Vervoerkamer in oprichting. De organisatie is er, binnen de NMa, maar de wettelijke bevoegdheden moeten nog komen. Per 1 april 2013 gaat het markttoezicht op de vervoersector op in de nieuwe Autoriteit Consument en Markt. Over een “gevarieerd beeld”.

Op 1 september 2001 gaat het “project” Vervoerkamer van start. De Vervoerkamer is de eerste kamer die binnen de AFM wordt gecreëerd. De andere, de Energiekamer, is eerder als eigenstandige organisatie DTe buiten de NMa opgericht en vervolgens omgevormd tot kamer.

De Vervoerkamer is ook het eerste onderdeel van de NMa dat politiek niet wordt aangestuurd door de minister van Economische Zaken, maar door de minister van Verkeer en Waterstaat (nu: Infrastructuur en Milieu). Daar ligt bijvoorbeeld de bevoegdheid om algemene aanwijzingen te geven.

Taken

De eerste taken van de Vervoerkamer (in oprichting) treden op 1 januari 2002 in werking. Op grond van de Wet personenvervoer 2000 houdt de Vervoerkamer toezicht op de gemeentelijke vervoerbedrijven in Nederland. Later volgen bevoegdheden in het kader van de spoor- en luchtvaartwetgeving. Ook krijgt de Vervoerkamer de taak om toezicht te houden op het loodswezen.

Verschillend

Advocaat Wouter Algera schrijft in 2005:

“In beginsel beschikt zij als toezichthouder over een onafhankelijke positie, maar het is duidelijk dat haar bevoegdheden meer zijn ingekaderd dan binnen het algemene mededingingsrecht, waar juridische en economische concepten doorgaans minder helder zijn gedefinieerd en enige beleidsmatige vrijheid bij de toezichthouder ligt. De relatie met de onder toezicht gestelde ondernemingen is ook duidelijk verschillend. Waar onder het algemene mededingingsrecht marktpartijen autonoom blijven in hun handelen en slechts bepaalde gedragingen niet zijn toegestaan, grijpen de bevoegdheden van de Vervoerkamer als regulator diep in in de ondernemingsvrijheid en stuurt zij de uitkomst van marktprocessen. Marktpartijen, regulator en ook beleidsmakers zijn in dat opzicht sterk van elkaar afhankelijk.” 

Evaluatie

Uit de evaluatie van de NMa in 2010 komt een “gevarieerd beeld” naar voren van het functioneren van de Vervoerkamer op de verschillende terreinen:

“Een belangrijk onderscheid is te vinden tussen de spoorsector aan de ene kant en het loodswezen en de luchtvaart aan de andere kant. De rol die de Vervoerkamer speelt wordt in beide sectoren anders gepercipieerd.”

Het beeld in de spoorsector is dat van een “meedenkende partij”. In het loodswezen en de luchtvaartsector lijkt het toezicht “afstandelijker”. De andere opstelling is volgens de evaluatie “legitiem,  maar in details van de interacties met de luchthaven en het loodswezen kan nog wel verbetering gebracht worden”.

Rol

In een parlementair onderzoek van de Eerste Kamer schetst NMa-voorzitter Chris Fonteijn dat de bevoegdheden van de Vervoerkamer in de spoorsector “zeer beperkt”  zijn:

“Ze zijn eigenlijk beperkt tot de vraag in hoeverre ProRail toegang moet verschaffen tot het net. De kwaliteit, de dienstverlening en de tarieven zijn echter heel bewust in handen van de politiek gehouden. Het departement is daar verantwoordelijk voor en stuurt daarin. De toezichthouder heeft daar een minimale rol in.”

DREV

De Vervoerkamer maakt in de laatste fase van het bestaan bij de NMa onderdeel uit van de Directie Regulering Energie en Vervoer (DREV). In de nieuwe ACM komt het specifieke toezicht op vervoer in de directie Telecom, Vervoer en Post, onder leiding van voormalig OPTA-directeur Johan Keetelaar.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht

De Energiekamer en de x-factor van het markttoezicht (3)

Op 1 april 2013 start de Autoriteit Consument en Markt. Daarmee komt een einde aan het bestaan van de markttoezichthouders OPTA, Consumentenautoriteit en NMa, inclusief Energiekamer en Vervoerkamer. Het derde portretje, over energietoezicht.

De x-factor. Ver voordat er onder deze naam een talentenjacht op televisie verschijnt, heeft de Dienst uitvoering en toezicht energie (DTe) al een x-factor. Over 15 jaar markttoezicht in de energiesector.

De x-factor staat in Elektriciteitswet 1998 voor de korting die DTe kan opleggen aan energiebedrijven. De toezichthouder wil per bedrijf een ander percentage vaststellen om doelmatighid af te dwingen. In 2002 maakt de rechter korte metten met deze reguleringsmethode. De dan geldende wet staat alleen toe om aan alle bedrijven dezelfde korting op te leggen.

Toezichtstijl
DTe lost de problemen op via overeenkomsten met de netbeheerders. De evaluatie van 2006 constateert dat DTe in de jaren daarvoor een nieuwe toezichtstijl heeft ontwikkeld: ‘dialooggericht waar het kan, sanctiegericht waar het moet’.

“De kern van deze stijl is dat DTe beter wil luisteren naar en communiceren met de marktpartijen. Daarbij gaat het om allerlei vormen van contact: het vrijblijvend voeren van gesprekken met het veld om input te krijgen bij besluitvormingsprocessen, het consulteren voordat beslissingen genomen worden en het betrekken van het veld bij formele processen.

De nieuwe toezichtstijl past naar onze mening bij de ontwikkelingsfase van DTe. In de beginperiode was er veel inhoudelijke aandacht voor het tot stand brengen van de regulering en het toezicht; tijdens de periode van de evaluatie werd er veel geïnvesteerd in de relatie met marktpartijen. Deze nieuwe stijl doet recht aan de complexe relatie tussen toezichthouder en ondertoezichtgestelden. Zij zijn immers wederzijds van elkaar afhankelijk. Maar deze stijl vraagt ook om een toezichthouder die gezaghebbend is en op basis daarvan het laatste woord zal hebben.”

Kamer
DTe wordt in 1998 op de wereld gezet als ambtelijke dienst van het ministerie van Economische Zaken. In de Elektriciteitswet 1998 wordt geregeld dat de directeur-generaal van de NMa een aantal formele bevoegdheden heeft. Zo kan hij algemene en bijzondere aanwijzingen geven aan de directeur DTe als het gaat om de uitleg van mededingingsbegrippen. Dan al deelt DTe ook in de bedrijfsvoering van de NMa, vanaf 1999 is DTe ook formeel een “kamer”.

Naam
De verandering in positie zorgen ervoor dat de naam in 15 jaar geregeld verandert. De toezichthouder begint als Dienst uitvoering en toezicht Elektriciteitswet, wordt de E de E van Energie. Later verdwijnt de verwijzing naar uitvoering. Weer later volgt de naam “Energiekamer”. De toezichthouder eindigt als onderdeel van de Directie Regulering Energie en Vervoer.

Directie
In de nieuwe Autoriteit Consument en Markt komt een directie Energie. Deze wordt geleid door Remko Bos, voorheen directeur bij OPTA.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

NMa: over concurrentie, consumenten en cijfers (2)

Op 1 april 2013 start de Autoriteit Consument en Markt. Daarmee komt een einde aan het bestaan van de markttoezichthouders OPTA, Consumentenautoriteit en NMa, inclusief Energiekamer en Vervoerkamer. Hier vindt u de tweede van 5 portretjes, over NMa.

De bewaker van de “economische democratie”, dat is het zelfbeeld van de Nederlandse Mededingingsautoriteit bij de oprichting in 1998. “NMa bespaart huishouden 33 euro in 2012”, is de titel van een recent persbericht van de NMa. Impressies van 15 jaar concurrentietoezicht.

De eerste dag van 1998 brengt een Mededingingswet en een Mededingingsautoriteit, die het land uit het “kartelparadijs” moet leiden. Er geldt dan nog wel een wettelijk overgangsregime. Kartels mogen dan verboden zijn, bepaalde afspraken kunnen nog een tijdelijke ontheffing krijgen. En zo belanden er zo’n 1040 ontheffingsverzoeken op de deurmat van de beginnende mededingingsautoriteit. En in het eerste jaar komen er ook 266 klachten binnen.

Bouw

In 2001 blijkt hoe belangrijk proactief handhaven is. Een uitzending van tv-programma Zembla laat zien dat de concurrentie in de bouwsector op grote schaal wordt beperkt. De bouwfraude-affaire komt de NMa op veel kritiek te staan, ook in de parlementaire enquête die later volgt. De commissie-Vos constateert wel dat de NMa inmiddels “gedegen, noest en nijver” aan de slag is gegaan.

Tanden

De NMa laat in verschillende sectoren de tanden van een waakhond zien en deelt – hoge- boetes uit. Begonnen als ambtelijke dienst, omdat minister Wijers nog even de vinger aan de pols wil houden, wordt de NMa in 2005 – na politiek gesoebat – zelfstandig bestuursorgaan.

Belangen

Het optreden van de NMa kan niet alleen op applaus rekenen. Er is kritiek op de manier waarop de toezichthouder omgaat met (andere) publieke belangen, bijvoorbeeld in de zorgsector. En de rechter eist steeds meer economische onderbouwing van geconstateerde overtredingen.

Cijfers

Ook de NMa zelf houdt van cijfers. “Het optreden in 2012 heeft de samenleving een besparing opgeleverd van naar schatting 251 miljoen euro. Dat is 33 euro per huishouden”, aldus de NMa zelf. Het Centraal Planbureau laat er – op verzoek – een “plausibiliteitstoets” op los, met als conclusies:

De NMa heeft de outcomeberekening zorgvuldig uitgevoerd. De exercitie geeft een indicatie van de orde van grootte van de relatief eenvoudig kwantificeerbare directe effecten op korte termijn voor directe afnemers van bedrijven onder mededingingstoezicht en regulering. We maken drie kanttekeningen:

(i) De outcomeberekening laat diverse effecten buiten beschouwing, zoals gevolgen voor dynamische efficiëntie en de afschrikkende werking op anti-competitieve afspraken. Dat vraagt om een voorzichtige interpretatie.

(ii) De NMa maakt conservatieve aannames, maar het is toch mogelijk dat de gerapporteerde outcome ook te hoog kan zijn. Ook kan de orde van grootte van de berekende outcome anders zijn dan het resultaat van een berekening van de relevante welvaartseffecten.

(iii) De outcomeberekening is gevoelig voor uitschieters en individuele zaken.

Consument

“Het accent voor ons ligt op de consument”, zegt directeur-generaal Kist in 1997. “Die is onze bondgenoot.” Per 1 april 2013 komt de consument ook in de naam van de organisatie en gaat de NMa op in de Autoriteit Consument en Markt. Ook binnen de ACM blijft een directie Mededinging actief, onder leiding van Gerard Bakker, die binnen de NMa dezelfde functie heeft vervuld.

20130331-212409.jpg

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht

OPTA: toezichthouder verdwijnt, toezicht blijft (1)

Op 1 april 2013 start de Autoriteit Consument en Markt. Daarmee komt een einde aan het bestaan van de markttoezichthouders OPTA, Consumentenautoriteit en NMa, Inclusief Energiekamer en Vervoerkamer. Hier vindt u de eerste van 5 portretjes, over OPTA.

De eerste “autoriteit” van Nederland, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit, wordt opgericht op 1 augustus 1997. Na ruim 16 jaar gaat OPTA op in de nieuwe Autoriteit Consument en Markt. Een toezichthouder verdwijnt, het toezicht blijft.

OPTA komt in 1997 voort uit de directie Toezicht Netwerken en Diensten (TND), een onderdeel van het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De markttoezichthouder krijgt de vorm van een zelfstandig bestuursorgaan, dat besluiten neemt zonder instructies van de minister. De organisatie wordt ook losgekoppeld van de rechtspersoon Rijk. Deze constructie moet de onafhankelijkheid waarborgen. OPTA moet werken “in het belang van de doelmatige verzorging van post en telecommunicatie en de daartoe tot stand te brengen mededinging in de post- en telecommunicatiesector”.

Stuurman

De eerste markttoezichthouder van Nederland bevecht haar positie met vuur, tegenover bedrijven en hun adviseurs, maar ook in het Haagse krachtenveld. Reeds bij de oprichtingsbijeenkomst is het feest. Voorzitter Jens Arnbak wil meer bevoegdheden dan Annemarie Jorritsma hem wenst te geven. De toenmalige minister zegt daarover later:

“Ik vond dat de OPTA marktmeester en niet stuurman moest zijn. Dat was wel een verschil van mening met de toenmalige voorzitter. Een marktmeester oordeelt als er iets fout gaat. De heer Arnbak, de voorzitter, had de opvatting dat hij af en toe ook aan het stuur moest kunnen zitten. Af en toe botste dat best wel.”

Eindig

Het sectorspecifieke toezicht is bedoeld als eindig, al is er meteen het besef dat niet te voorspellen is wanneer het einde Zou komen. In de memorie van toelichting schrijft de minister:

“Dit specifieke regime zal kunnen worden beëindigd op het moment dat er sprake is van een zodanige marktwerking dat verder met het normale mededingingsregime zal kunnen worden volstaan.”

OPTA overleeft verschillende evaluaties. De organisatie toont zich een toezichthouder die niet alleen de macht van een monopolist wil breken, maar die in de jaarlijkse marktvisie laat zien dat zij een bredere blik heeft op de telecommunicatie- en postmarkten. De wetgever geeft OPTA in de loop der jaren ook nieuwe taken, zoals op het terrein van spam en cookies.

Fuseren

Op 1 april 2013 fuseert OPTA niet alleen met de Nederlandse Mededingingsautoriteit, maar ook met de Consumentenautoriteit. In 2012 (als de Consumentenautoriteit nog niet bestaat) stellen OPTA en NMa zelf al voor om versneld te fuseren:

“OPTA en NMa menen dat een snelle integratie hen in staat stelt hun taken met een maximale effectiviteit uit te oefenen. Zij constateren dat hun taken uiteindelijk gericht zijn op hetzelfde doel: het optimaal laten functioneren van markten, ten behoeve van consumenten en ondernemingsklimaat”

Specifiek

Ook na 1 april 2013 blijven specifieke regels gelden voor telecommunicatie en post, Binnen de ACM staat een directie Telecom, Vervoer en Post onder leiding van voormalig OPTA-directeur Johan Keetelaar. De directie mag, naast de specifieke bevoegdheden, ook de (specifieke) toepassing van het algemene verbod op misbruik van economische machtsposities tot haar gereedschap rekenen. De organisatie van het specifieke toezicht verandert, het specifieke regime blijft.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder markttoezicht